Premiere Biesbosch onder vuur op 2 en 4 mei 2015

Op 18 maart 1945 roeide Aaike van Driel uit Werkendam met een lekke boot op de Nieuwe Merwede, een rivier die Dordrecht en Sliedrecht scheidt van de Biesbosch. Behalve Arie waren er nog drie anderen aan boord, agenten van het Bureau Inlichtingen, die hij vanuit het bevrijde Noord-Brabant naar bezet gebied zou brengen. Doordat hun boot was lek geraakt, moesten de vier mannen water hozen. Ze maakten weinig vaart en liepen een grotere kans om gepakt te worden. Bij de westpunt van de Biesbosch, waar de Nieuwe Merwede met de Amer samenvloeit, werden ze opgemerkt door een Duitse stormboot, die er op gebouwd was om woelig water te bevaren. De Duitsers enterden het bootje van Aaike en namen de vier opvarenden gevangen. Het was de 54e en laatste maal dat Aaike de boottocht tussen bezet en bevrijd gebied had gemaakt.

Zo’n boottocht door de Biesbosch werd een Biesbosch-crossing genoemd. Na 6 november 1944, toen de Biesbosch tussen de Duitse en de geallieerde linies kwam te liggen, was een Biesbosch-crossing nagenoeg de enige manier om in het bevrijde zuiden te komen. En andersom, want vanuit Brabant reisden ook koeriers en spionnen via de Biesbosch naar bezet gebied, om het verzet te instrueren en Duitse verdedigingswerken en troepenbewegingen in kaart te brengen. Behalve Aaike van Driel waren er nog 21 mannen uit Sliedrecht, Hardinxveld, Werkendam en andere plaatsen uit de omgeving die op en neer voeren tussen het bevrijde zuiden en het bezette noorden. Ze werden line-crossers genoemd. De line-crossers deden gevaarlijk werk, want of men nu van Sliedrecht over de Nieuwe Merwede naar Lage Zwaluwe voer, of van Werkendam door de kreken en geulen van de Biesbosch naar Drimmelen: overal langs de meer dan vijftien kilometer lange route lagen Duitsers klaar om de bootjes te beschieten. Geregeld schoten ze lichtkogels de lucht in, waardoor het nachtelijk duister verdween en de rivier in het volle licht kwam te liggen. ‘Dan voelde je jezelf naakter dan in je nakende nakie ’s middags om twaalf uur op de Dam in Amsterdam’, vertelt een line-crosser in het gedenkboek van de LO en KP.

De LO en KP waren de Landelijke Organisatie (LO) voor hulp aan onderduikers en de bijbehorende knokploegen (KP’ s). Verzetsstrijders van de LO/KP uit Sliedrecht en omgeving hadden in voorgaande jaren talloze onderduikers ondergebracht in de Biesbosch, die een waar onderduikersparadijs
geworden was. Het verzet kende alle waterwegen, rietvelden en grienden, terwijl de Duitsers er al gauw verdwaalden en er liever wegbleven. In 1944 nam een onderduikerscommando 75 Duitse soldaten gevangen.

In de Biesbosch stond ook een zendstation van de Groep Albrecht, de voornaamste spionagegroep uit de bezettingstijd. Ze was in 1943 gevormd door geheim agent H.G. de Jonge vanuit de gereformeerde studentenvereniging SSR. Groep Albrecht telde in 1944 ongeveer achthonderd medewerkers, van allerlei richting. Zij hadden goede contacten in de omgeving van de Biesbosch. In het najaar van 1944 beraamden leden van de Groep Albrecht uit Sliedrecht en Lage Zwaluwe de eerste Biesbosch-crossings. Medicijnen en berichten, wapens en zendapparatuur, spionnen, Joden en piloten werden door Aaike van Driel en de andere line-crossers over de Nieuwe Merwede en door de kreken van Biesbosch verscheept. Hun kano’s en roeiboten voeren soms zo dicht langs de Duitse wachtposten, dat de bemanning de Duitsers hoorde kletsen en zwetsen. Belangrijke brieven waren verpakt in een plastic zak verzwaard met een steen, die in het water gegooid werd zodra de Duitsers te dichtbij kwamen. Elk geluid moest vermeden worden, want zelfs opvliegende eenden konden de Duitsers wantrouwend maken en hen naar een lichtkogel of mitrailleur doen grijpen. Ook het weer of de natuur kon een vijand zijn. Op de heenreis naar bezet gebied voer men met de stroom mee en duurde de tocht vijf à zes uur. Maar de terugreis kon wel tien tot veertien uur duren. Als het dan ochtend werd, verborgen de line-crossers zich in de Biesbosch, tot het donker werd. Als het hard waaide, sloegen de golven over de boot en moest er gehoosd worden. Een passagier verdronk door het vollopen en omslaan van een kano. Soms moest er over land gelopen worden, met de boot op de schouder. Dat gebeurde ook tijdens de laatste crossing, in de nacht van 4 op 5 mei 1945, toen een onderduiker naar het zuiden werd gebracht. Men dacht dat het land waarover men liep, niet ver van Drimmelen, van mijnen gezuiverd was, maar dat bleek niet waar. De onderduiker raakte zwaar gewond. Hulpgeroep werd overstemd door het feestgedruis dat de Duitse overgave in Drimmelen had losgemaakt. Enkele dagen later overleed de onderduiker aan zijn verwondingen.

Toch zijn de meeste van de 374 crossings in opdracht van de Groep Albrecht goed afgelopen. Velen hebben er hun leven aan te danken, zoals de duizenden suikerziektepatiënten wier insuline via de Biesbosch werd aangevoerd. Dankzij de inlichtingen van Groep Albrecht waren de geallieerden nauwkeurig op de hoogte van Duitse troepenbewegingen, waardoor het Duitse Ardennenoffensief weerstaan kon worden. Alle 22 line-crossers kregen na de oorlog een hoge onderscheiding. Vier van hen ontvingen de allerhoogste onderscheiding, de Militaire Willems-Orde. Aaike van Driel kreeg hem postuum. Op 30 april 1945 was hij door een dronken Duitser gefusilleerd in Fort De Bilt.

Over de Biesbosch-crossings is een film gemaakt, ‘Biesbosch onder Vuur’, die zaterdag 2 mei in Werkendam en vrijdag 8 mei in Sliedrecht in première gaat. Meer info: www.biesboschinbeeld.nl

 

Bron: ND 27 april 2015

 

 

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>