Online Lossregister
Online Archive

‘Pulk’ geëerd na miraculeuze ontsnapping aan Japanners

Een Nederlandse jachtvlieger die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië op miraculeuze wijze weet te ontsnappen aan de Japanners is postuum alsnog geëerd. Een replica van de bommenwerper van Fred Pelder draagt nu zijn nickname: ‘Pulk’.

Fred "Pulk" Pelder ontsnapte in 1942 in een vergelijkbare Lockheed aan de Japanners.(© Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

Fred “Pulk” Pelder ontsnapte in 1942 in een vergelijkbare Lockheed aan de Japanners.(© Nederlands Instituut voor Militaire Historie)


Muntjes die dienen als schroevendraaier. Daarmee moet ‘Pulk’ Pelder het zien te redden als hij in maart 1942 een kapotte Lockheed probeert te reparen. De Japanners zijn dan al geland in het Noorden van Java. Het is een kwestie van dagen voordat Pelder zich zal moeten overgeven. Maar krijgsgevangen worden is het laatste wat hij wil.

En dus gaat de jachtvlieger met nog vier anderen op zoek naar een vliegtuig dat nog de lucht in is te krijgen. Geen gemakkelijke opgave; op de luchthaven in zuid-Java waar hij naar toe vlucht zijn de meeste vliegtuigen al opgeblazen om te voorkomen dat ze in handen van de Japanners vallen. Toch vindt Pelder tot zijn grote vreugde één toestel waar de motor nog van werkt. Alleen het staartstuk moet vervangen worden. En ze hebben een list nodig om het vliegtuig veel langer te kunnen laten vliegen dan de 4,5 uur. Pelder en zijn makkers hijsen daarvoor extra brandstofvaten van 40 liter aan boord en sluiten die met een slang provisorisch aan op de tanks in de vleugels. Een zeer riskante oplossing, want één vonkje is genoeg om het vliegtuig te laten exploderen.

"Pulk" Pelder vluchtte zonder kaart en goed werkend kompas met zijn Lockheed vanuit Java. Via Sumatra kwam hij terecht in Sri Lanka. (© AD)

“Pulk” Pelder vluchtte zonder kaart en goed werkend kompas met zijn Lockheed vanuit Java. Via Sumatra kwam hij terecht in Sri Lanka. (© AD)


Vrijheid
Toch wagen ze het er op die negende maart om 8 uur in de morgen. Iedereen is doodmoe van de reparaties die ze in de afgelopen 24 uur hebben moeten doen, maar er is geen tijd meer te verliezen. Vol gas zigzaggen ze langs de vliegtuigwrakken. Recht op een hek af. Een gat in de startbaan geeft ze net op tijd het laatste zetje. Ze komen los van grond en vliegen hun vrijheid tegemoet. Zeven uur en tien minuten weten ze aan één stuk in de lucht te blijven. Een afstand die niemand met zo’n toestel voor mogelijk houdt. Met slechts tien minuten brandstof in de tank landen ze in Sumatra voor een eerste tankstop.

Bij de tweede tankstop gaat hun spectaculaire ontsnapping alsnog bijna mis. Ze worden opgemerkt door een Japans verkenningsvliegtuig. Negen bommenwerpers zetten de aanval in. Pelder kan ze in de verte zien aankomen, geeft vol gas en is precies op tijd ‘airborne’. Omdat zijn toestel sneller vliegt dan de vijand, weet hij opnieuw te ontsnappen. Zonder kaarten en goed werkend kompas vliegen ze op gevoel de oceaan over. Het eerste land waar ze op stuiten blijkt Sri Lanka, maar een vliegveld zien ze zo snel niet. Wel een ander vliegtuig die gaat landen. Pelder vliegt er achter aan, zet zijn toestel aan de grond en is nu pas echt veilig.

Een bommenwerper B-25 Mitchell 'draagt weer de naam van "Pulk". Met een vergelijkbaar toestel bombardeerde Fred Pelder senior de Japanners in Nederlands-Indië. (© Fred Pelder)

Een bommenwerper B-25 Mitchell draagt weer de naam van “Pulk”. Met een vergelijkbaar toestel bombardeerde Fred Pelder senior de Japanners in Nederlands-Indië. (© Fred Pelder)

Trots
De miraculeuze ontsnapping die in 1989 minutieus wordt beschreven in het tijdschrift Air Classics leest als een spannend jongensboek. ,,Alleen is dit echt gebeurd,” zegt zoon Fred Pelder trots vanuit Australië. Hier heeft hij zojuist een replica van de bommenwerper van zijn vader naar hem vernoemd. Met deze B-25 Mitchell trok Fred senior na zijn ontsnapping vanuit Australië ten strijde tegen de Japanners. Het is een eerbetoon aan Pulk maar ook aan de mannen van het 18de Squadron NEI, het enige Nederlands-Indische bommenwerpers squadron dat in de Pacific vocht. Op initiatief van een groep Australiërs wordt de replica van de B-25 van Pulk morgen onthuld. Een bijzonder moment voor zoon Fred. ,,Dit squadron is een vergeten eenheid. Met deze replica krijgt mijn vader en alle crewmembers de eer die ze toekomt.’

‘Ik mis mijn moeder, zusjes en broertje nog iedere dag’

Markus de Kok schiet vol als hij de kinderen bedankt die vlak daarvoor viooltjes plantten bij het graf van zijn moeder, zusjes en broertje. ,,Ik vind het zo mooi wat jullie voor mij hebben gedaan.”

Markus de Kok (rechts) vertelt leerlingen van de Regenboogschool over het bombardement in Boven-Hardinxveld. (© Cor de Kock)

Markus de Kok (rechts) vertelt leerlingen van de Regenboogschool over het bombardement in Boven-Hardinxveld. (© Cor de Kock)


Van die eerste januari 1945 zelf kan Markus de Kok (76) zich niets meer herinneren. Hij was 4 jaar toen een rijtje huizen aan de toenmalige Buldersteeg in Hardinxveld-Giessendam werd gebombardeerd door de Duitsers. Elf mensen vonden daarbij de dood, onder wie De Koks moeder, zijn twee zusjes en een broertje. ,,Het blijkt dat ik onder de tafel ben gekropen. Dat is mijn redding geweest, daarom sta ik hier nog.” Gewond werd de kleine Hardinxvelder onder het puin vandaan gehaald, een paar dagen later werden de vier lichamen begraven op begraafplaats ’t Kromme Gat. ,,Alleen dát moment herinner ik me nog. Een zwarte koets, met twee paarden ervoor en op de koets vier kisten.”
Continue reading ‘Ik mis mijn moeder, zusjes en broertje nog iedere dag’

78e Landelijke Bijeenkomst 25 maart 2017 Camp New Amsterdam

-Vliegtuigbergingen politiek en praktijk door Staffofficier bergingen KLu Arie Kappert
-Luftwaffe verliezen in de meidagen van 1940 door Jaap Woortman
-446th BG foto archief door Harold Jansen
-Luchtoorlog boven Utrecht en het Gooi door Wijbe Buising

Boek: Lest we forget – de berging van de Vickers Wellington uit het IJsselmeer

Op dinsdag 2 mei 2017 onthult burgemeester Fred Veenstra van gemeente De Fryske Marren samen met Zeekadetkorps Lemmer het monument ter nagedachtenis aan de bemanning van de geborgen Vickers Wellington. De Britse bommenwerper, met Poolse bemanning, werd in de nacht van 8 op 9 mei 1941 neergeschoten en stortte neer in het IJsselmeer. Afgelopen zomer zijn de resten van het vliegtuig op unieke wijze geborgen. Voorafgaand aan de onthulling vindt de boekpresentatie plaats van boek ‘Lest we forget – De berging van de Vickers Wellington uit het IJsselmeer’.

Persuitnodiging
Wij nodigen u graag uit om bij de boekpresentatie en de onthulling van het monument aanwezig te zijn. U bent van harte welkom vanaf 13.00 uur bij De Hege Gerzen te Oudemirdum. De boekpresentatie begint om 13.30 uur, waarna aansluitend om 14.30 uur het monument zal worden onthuld.

Boekpresentatie Lest we forget
Door het droogleggen van 900 vierkante meter IJsselmeer is het wrak van de Vickers Wellington op een unieke wijze geborgen. De gehele berging wordt minutieus beschreven in het boek ‘Lest we forget – De berging van de Vickers Wellington uit het IJsselmeer’. Het boek wordt gepresenteerd door de uitgever Eddy van der Noord en de auteurs Peter Boomsma en Ruurd Kok. Het eerste boek wordt aangeboden aan majoor Arie Kappert, oud stafofficier vliegtuigberging. Daarnaast zal Geert Jonker (BIDKL) ingaan op het identificatieproces van de geborgen bemanningsleden.

Onthulling monument
Het monument is bedacht en ontworpen door de projectleiders van Leemans en gemeente De Fryske Marren die betrokken waren bij de vliegtuigberging en de uitbater van de Hege Gerzen. Staalbouw de Jong heeft het monument vervolgens gemaakt. Het monument wordt geplaats bij De Hege Gerzen in Oudemirdum. Vanaf deze plek is er prachtig uitzicht op de bergingslocatie, ca 5 km verderop in het IJsselmeer. In het bijzijn van leden van de Poolse ambassade en een Pools museum zal burgemeester Fred Veenstra samen met leden van Zeekadetkorps Lemmer het monument onthullen. Daarnaast zullen de kinderen van basisscholen uit de buurt de onthulling bijwonen.

Het boek
Lest we forget bevat interviews met alle bij deze unieke berging betrokken partijen. Daarnaast telt het fraai vormgegeven boek tientallen historische én recente foto’s.

Aan het boek is o.a. medewerking verleend door SGLO-leden Theo Boiten, Douwe Drijver en Alexander Tuinhout.

Het boek kost 20 euro. Formaat 30×20. Full colour. 120 pagina’s. Veel prachtig beeld en vele bijzondere verhalen.
Het is te bestellen via de uitgeverij Louise te Grou.

Also see:
Wellington R1322 (SGLO T1023)
Juni 2016: Stuk IJsselmeer droog voor berging Wellington R1322
Augustus 2016: Stuk IJsselmeer drooggelegd om WOII vliegtuig te bergen
Augustus 2016: Geladen machinegeweren na ruim 70 jaar uit IJsselmeer
September 2016: Vliegtuig uit WOII in IJsselmeer had Poolse bemanning
Maart 2017: Boek: Lest we forget -de berging van de Vickers Wellington uit het IJsselmeer

Historisch bevrijdingsvliegtuig na jaren ‘ergens in een schuur’ gevonden

Een unieke vondst in een Noord-Hollandse schuur: daar werd na jaren van vermissing een bevrijdingsvliegtuigje teruggevonden. Het vliegtuig speelde een belangrijke rol tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het op 5 mei 1945 in het nog bezette Amsterdam landde.

De Auster onder zeil in een loods zoals deze er vandaag de dag bij staat (Amsterdams 4 en 5 Mei Comite)

De Auster onder zeil in een loods zoals deze er vandaag de dag bij staat (Amsterdams 4 en 5 Mei Comite)

Op 6 mei landde het vliegtuig voor de tweede keer in Amsterdam. Een groot deel van Nederland was toen al bevrijd, maar Amsterdam nog niet. Dat gebeurde op 8 mei.
Arno van der Holst, oud-directeur van Aviodrome, vond het toestel. Dat was bij toeval, vertelt hij in het NOS Radio 1 Journaal. “Ik wist al een tijd dat het vliegtuigje in een schuurtje stond en ben erachteraan gegaan. De eigenaar vertelde me uiteindelijk het hele verhaal van het vliegtuigje. Daar ging mijn hart sneller van kloppen.”

Het vliegtuigje landde vlak voor de bevrijding in Amsterdam op de Stadionkade om verzetsstrijder majoor Kamphuis op te halen. De landing moest geheim blijven en waarom de majoor werd opgehaald, is niet helemaal duidelijk. “Vermoedelijk heeft hij informatie ingewonnen over de intocht van de geallieerden een paar dagen later, op 8 mei”, vertelt Van der Holst.

De landing van het vliegtuigje was een van de eerste tekenen dat de stad snel bevrijd zou worden. Na de oorlog is het toestel ‘uit dienst’ gegaan bij de luchtmacht, waarna het in privéhanden is gekomen en een aantal keer is verkocht. Uiteindelijk is het in handen van de huidige eigenaar gekomen, die anoniem wil blijven. De huidige eigenaar heeft ook de originele logboeken van het vliegtuig in zijn bezit.

Het vliegtuigje (een Taylorcraft AOP Mk.3 No. 6 Auster Squadron.) wordt waarschijnlijk op 5 mei op het Amsterdamse Museumplein tentoongesteld. “Maar we zijn nog wel op zoek naar een sponsor om het opknappen van het vliegtuigje mogelijk te maken”, zegt Van der Holst.

Bron:
NOS 30 maart 2017

Herdruk Vliegvelden in Oorlogstijd verschijnt in april!

Door: Peter Grimm, Elsloo
Het hing al een tijd in de lucht, maar nu verschijnt dan toch in april de herdruk van Vliegvelden in Oorlogstijd. Als bekend heeft een werkgroep van de SGLO hier zo’n twintig jaar aan gewerkt. Het standaardwerk kon worden gerealiseerd dankzij intensieve samenwerking met het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), zodat een werkelijk fraai boek ontstond. De eerste oplage was in een mum uitverkocht en het lijvige werk brengt antiquarisch inmiddels meer dan 100 euro op. Dat is een duidelijk signaal dat er nog steeds veel vraag naar bestaat.

Sinds de verschijning in 2009 heeft het onderzoek niet stil gestaan en af en toe ontvingen de betrokkenen ook zinvolle opmerkingen over de inhoud. Al lezend ontdekten wij bovendien hier en daar – helaas – wat kleine ongerechtigheden in de zeer gedetailleerde tekst en een enkele illustratie was achteraf niet gelukkig gekozen. Alles bijeen genomen was er reden voor een herziene tweede druk. Daarin zijn geen ‘nieuwe’ vliegvelden beschreven, zoals in de publiciteit is gemeld, maar er kon wel een reeks van verbeteringen worden aangebracht. Bovendien is een andere omslag ontworpen.
Zoals dat gaat was het uiteindelijk veel meer werk dan iedereen dacht, maar over het resultaat mogen alle betrokkenen – opnieuw – zeer tevreden zijn. Wie nog geen kans zag de hand te leggen op dit boek, heeft nu de gelegenheid zijn bibliotheek te verrijken.

Peter Grimm, Erwin van Loo, Rolf de Winter, Vliegvelden in oorlogstijd – Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding, Amsterdam, uitgeverij Boom, 2017 (2), ISBN 9789058756268, prijs € 45.

28-05-2017 onthulling: Toom Crash Monument 1944 in Budel

Op 28 mei a.s. om 14:00 uur wordt het Toom Crash Monument 1944 onthuld in Budel (gemeente Cranendonck). Dit voor de aldaar gecrashte Canadese Halifax, LK 811 QO-N, van 432ste squadron. Bij deze crash kwamen 4 bemanningsleden om het leven. 3 van deze 4 omgekomen bemanningsleden zijn op mysterieuze wijze nooit gevonden. Voor deze ceremonie worden de leden van SGLO van harte uitgenodigd. Na afloop is er nog een gezellig samen zijn. De receptie wordt onderbroken door de presentatie van het boek ‘Toom Crash Mysterie’. Dit boekwerk (82 blz.) is geschreven door René Vos en beschrijft specifiek deze crash.

Opgegraven strijd – Archeologie van de oorlog

Door Peter van Kaathoven

In het Het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch is op dit moment de bijzondere tentoonstelling “Opgegraven strijd” – Archeologie van de oorlog te bezichtigen. De afgelopen jaren is er steeds meer interesse in de archeologie van moderne oorlogen. Daarom besteedt Het Noordbrabants Museum, als eerste museum in Nederland, uitgebreid aandacht aan deze boeiende tak van bodemonderzoek. Deze bijzondere tentoonstelling werd samengesteld door Archeologen Evert van Ginkel en Arjen Bosman, specialist militair erfgoed van de 20e eeuw.

Impressie van de tentoonstelling (Het Noordbrabants Museum)

Impressie van de tentoonstelling (Het Noordbrabants Museum)

Voor deze tentoonstelling hebben ruim 50 instellingen en particulieren bruiklenen, beeldmateriaal en informatie geleverd. Ongeveer de helft van de getoonde voorwerpen in de tentoonstelling zijn afkomstig uit provinciale en gemeentelijke depots voor bodemvondsten. Veel van de voorwerpen worden nu voor het eerst aan een breed publiek gepresenteerd. Ruim 700 voorwerpen zijn voor het eerst in het openbaar te zien. De archeologische voorwerpen die zijn verzameld gaan van prehistorische skeletten, Romeinse slingerkogels, middeleeuws geschut, vuurwapens uit de Slag bij Arnhem tot kleine alledaagse objecten uit Napoleontische legerkampen en nazi-Duitse concentratiekampen. In de tentoonstelling ligt de nadruk op voorwerpen uit de Tweede Wereldoorlog, één van de nieuwste onderzoeksgebieden. Archeologisch onderzoek met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog in Nederland vond zijn ontstaan in 2009. Toen werd er een proefsleuf- onderzoek uitgevoerd op de Grebbenberg. In de tentoonstelling “Opgegraven strijd” wordt er ook aandacht geschonken aan de luchtoorlog boven Nederland. Hier onder worden er een paar gerelateerde items uitgelicht.

Proppelor (Eva de Schipper)

Proppelor (Foto Eva de Schipper)

• Van Spitfire LF.IX MJ300 (SGLO T4447) staat een Merlin 66 motor tentoongesteld. Dit item staat normaal in het Bezoekerscentrum in Keent. Deze Spitfire, van 401sqn RAF, stortte op 2 oktober 1944 meer in de omgeving van Keent.
• Restanten van een propellerblad van Messerschmitt Bf109 G-6 Werknr 410298 (SGLO T3203). Het toestel, van 4./JG 27 Luftwaffe, crashte op 11 december 1943 bij het gehucht Nijtap.
• De boordmitrailleur MG131 uit de Messerschmitt Bf109 G-6 Werknr 410210 (SGLO T3364B). De Messerschmitt van 6./JG 11 Luftwaffe stortte op 30 januari 1944 neer bij Wenum-Wiesel.
• Verschillende onderdelen van B-17G 42-106994 VE-K “Little Guy” (SGLO T4727). Op 26 november 1944 crashte deze B-17G bij Apeldoorn. Het toestel behoorde toe aan 381BG/532BS USAAF.
• Verschillende onderdelen van B-17F 42-3488 (SGLO T3194) welke, op 11 december 1943, bij Offingawier neerstortte. Het toestel behoorde toe aan 385BG/548BS USAAF.
• Een Motor van een Ju 88 A-2 4D+DL (SGLO T0350) 3./KG 30. Oudenrijn 10 mei 1940 crashte het vliegtuig bij Oudenrijn.
• Onderdelen van Wellington Ic X9976 (SGLO T1333) van het 75sqn RAF. Het toestel storte neer in de nacht van 7/8 november 1941 neer bij Akkrum.
• Een betonnen bom, opgegraven in de duinen van Overveen. In de duinen was een silhouet van een marine schip als oefendoel in het zand aangelegd. Het was een oefenterrein voor Luftwaffe bommenwerpers.
• Een staartwiel van een onbekende RAF Hurricane. Dit staartwiel is tijdens de oorlog gebruikt is als kruiwagenwiel in de Boxmeer.
• Een Brandbomcontainer, waarin in april 1945 voedsel is gedropt op het vliegveld Valkenburg. Piloot Leslie Henson heeft zijn naam er in gekrast.

De berging van de Junkers Ju 88 bij Utrecht (Foto Herre Wynia)

De berging van de Junkers Ju 88 bij Utrecht (Foto Herre Wynia)

De items zijn overzichtelijk uitgestald in vitrines of diorama’s. Ieder item is genummerd en wordt uitgebreid omschreven. Bij de tentoonstelling verschijnt ook publicatie Opgegraven strijd geschreven door archeologen Evert van Ginkel en Arjan Bosman. Dit boek is verkrijgbaar in de MuseumShop voor € 10,-.

Raadsel bommenwerper in de Dollard lijkt opgelost

Het verhaal dat er onder de modder van de Dollard nog een Engelse bommenwerper met een Amerikaanse bemanning ligt, zit net iets anders in elkaar dan gedacht.
De zoektocht waarover eerder deze week werd bericht, richt zich op de Amerikaanse B-17 bommenwerper met de naam ‘Miss Deal’.

(Foto RTV Noord)

(Foto RTV Noord)


Het toestel werd op 25 juni 1943 neergeschoten boven de Dollard. Zes bemanningsleden konden het toestel verlaten en werden door de Duitsers gevangen genomen. Vijf kwamen om het leven. De lichamen van twee mannen zitten vermoedelijk nog in het toestel. Het zijn sergeant Charles E. Crawford en tweede luitenant John R. Way.

Zoektocht naar ‘Uncle Charlie’
Een familielid van de omgekomen sergeant, Tony Crawford, is al jaren bezig met een zoektocht naar zijn ‘Uncle Charlie’ en heeft er zelfs al een boek over geschreven.

De verwarring over de nationaliteit van de bommenwerper en haar bemanning is ontstaan omdat er de afgelopen zomer in het IJsselmeer een neergestorte Britse Wellington bommenwerper is geborgen.

De Amerikanen hebben daar lucht van gekregen en hebben nu een verzoek gedaan om ook de B-17 in de Dollard te bergen. Op de Facebook-pagina van de zoektocht valt te lezen dat de Nederlandse Majoor Kappert die verantwoordelijk was voor de berging in het IJsselmeer inmiddels ook belast is met de zoektocht naar ‘Miss Deal’.

‘Het vliegende fort’
De Amerikaanse B-17 bommenwerper werd gebouwd door Boeing en had als bijnaam ‘Het vliegende fort’ omdat het zoveel machinegeweren aan boord had om zich te verdedigen tegen vijandelijke jagers.

De Amerikanen waren ervan overtuigd dat hun zwaarbewapende bommenwerpers die in grote formaties vlogen de Duitse jagers konden verjagen en begonnen in 1943 het bezette Europa te bombarderen vanaf hun bases in Engeland. Dat bleek in de praktijk zwaar tegen te vallen en de Amerikaanse luchtmacht leed grote verliezen.

Geraakt door Duits luchtafweergeschut
Waaronder dus deze bommenwerper, die die dag een aanval had uitgevoerd op een onderzeebootbasis bij Hamburg. Nog voor dat de bommen waren afgeworpen werden al twee motoren van het vliegtuig in brand geschoten door Duits luchtafweergeschut en op de terugweg nog een derde motor door Duitse jagers.

Een aantal bemanningsleden kon met de parachute het vliegtuig verlaten, maar Crawford en Way niet. Zij zitten vermoedelijk nog steeds in het wrak.

Brief van de burgemeester
De familie van ‘Charlie’ Crawford is al jaren bezig met hun zoektocht. Op de website is zelfs een (vertaalde) brief te lezen die burgemeester Tuin van Finsterwolde in 1955 schreef aan het Rode Kruis. Visser Imko Bakker heeft destijds de dode piloot gevonden, schrijft Tuin.

‘Het vliegtuig met het lichaam van de vermisten moet inmiddels vrijwel zeker zijn verdwenen in de modder van de Dollard.’ Maar: ‘Ik vind het ongepast om dit aan zijn moeder te vertellen’.

Source:
RTV Noord

Also see:
B-17F 42-30049 “Miss Deal” (SGLO T2582A)
The book (External link) 25 June 1943 MIA The Search for Miss Deal and The Early Raiders on The Reich by Tony Crawford
External Website: www.facebook.com/findmissdeal/
Februari 2017 Amerikaanse leger gaat wrak bommenwerper in de Dollard zoeken

Amerikaanse leger gaat wrak bommenwerper in de Dollard zoeken

Het Amerikaanse leger wil een zoekactie in het Dollardgebied op touw zetten, om een neergestorte bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog op te sporen. Dat zegt natuurbeheerder Silvan Puijman van het Groninger Landschap.
‘In 1943 schijnt er een Engelse bommenwerper met een Amerikaanse bemanning neergestort te zijn’, vertelt Puijman. ‘Drie lijken zijn geborgen, er moet nog één iemand inzitten. Het Amerikaanse leger wil de bommenwerper lokaliseren. En vervolgens kijken of ze er bij kunnen komen.’ Het gaat om een Vickers Wellington-bommenwerper.

(Foto: Groninger Landschap)

(Foto: Groninger Landschap)

‘Defensie vroeg wat wij wisten’
Volgens Puijman kwam de bal drie jaar geleden aan het rollen. ‘Ik ben gebeld door defensie, met de vraag wat wij wisten. Eigenlijk niks, maar anderhalf jaar geleden trof ik hier een militair. Die was op zoek naar het vliegtuig. Ik ben met hem meegeweest, hij had een kaartje uit 1943 bij zich.’

Amerikaanse boot met metaaldetector
Ze vonden niets, maar daarmee was de zoektocht nog niet voorbij. ‘Drie maanden geleden ben ik met iemand van de marine ter plaatse geweest en hebben we gekeken waar het ongeveer moet zijn. Het Amerikaanse leger is van plan om in het voorjaar hier naartoe komen met een boot. En daar zit een metaaldetector in, die tot een meter of acht diep kan kijken.’

Wat als het wrak inderdaad gevonden wordt? ‘Dan moet er gegraven worden. En dan moeten we kijken hoe we dat kunnen doen zonder de natuurwaarde van het gebied te schaden. Maar daar komen we wel uit.’

Bron:
RTV Noord

Also see:
B-17F 42-30049 “Miss Deal” (SGLO T2582A)
The book (External link) 25 June 1943 MIA The Search for Miss Deal and The Early Raiders on The Reich by Tony Crawford
External Website: www.facebook.com/findmissdeal/
28 Februari 2017 Raadsel bommenwerper in de Dollard lijkt opgelost

Lancaster in de polder – de laatste vlucht van Lancaster ND559

Twee weken voor D-day, zondag 21 mei 1944. Het was aan het einde van de middag. Bill had zijn fiets gepakt en was onderweg naar de barak. Hij was gespannen door de wetenschap dat hij vanavond weer vol aan de slag moest. Hij was in gedachten verzonken en hij vroeg zich af waar hij vanavond naar toe zou moeten gaan met zijn collega’s.

Na een paar minuten fietsen kwam hij aan bij de barak en zette zijn fiets tegen het hek. Hij zag twee van zijn crewleden en samen gingen ze naar binnen voor de briefing. Al snel werd het hen duidelijk dat Duisburg de stad was die ze vannacht zouden aanvallen. ‘’Gelukkig hoeven we niet naar Berlijn vannacht’’ dacht Bill. Duisburg was relatief dichtbij en het zou dan ook ‘maar’ een vlucht van ongeveer 4 uur zijn. De commandant vertelde dat de weersomstandigheden relatief rustig zouden zijn en dat er alleen wat bewolking boven Duisburg zou hangen.
Piloot Ward en zijn mannen maakten deel uit van de zogenaamde ‘pathfinders’. Deze groep bommenwerpers vloog voor de andere bommenwerpers uit om de doelen te markeren met gekleurde fakkels. Hierdoor werd het voor de achterop komende bommenwerpers makkelijker om gericht te bombarderen en werd de slagingskans van de bombardementen flink vergroot. Een belangrijke taak dus.

Alle aanwezigen in de zaal hadden hun horloges gelijk gezet en de basiscommandant had een ieder veel succes gewenst. Bill en de anderen verlieten de zaal om hun benodigdheden op te halen. Ze kregen parachutes en reddingsvesten mee, maar ook een pakket voor als ze in vijandelijk gebied terecht zouden komen, zoals valse paspoorten, een kompas en wat buitenlands geld. Vervolgens trokken ze hun warme kleding aan en konden ze zich richting hun vliegtuig begeven. De warme kleding was geen overbodige luxe, het kon op zes kilometer hoogte wel 40 graden vriezen. Vandaar dat er ook altijd een warme thermosfles met thee of koffie mee ging voor op de terugreis.

Vanavond vertrekken ze rond kwart voor elf. Ruim een uur van tevoren kwamen ze aan bij hun toestel, een Lancaster bommenwerper. Het serienummer van dit toestel was ND-559 en op de zijkant stond met rode letters GT-J geschilderd. Dit was een code om aan te duiden in welk squadron het toestel thuishoorde en welk toestel het precies was. De letters GT werden gebruikt voor het 156e squadron en J was een volgletter.

De grondcrew had het toestel weer helemaal in orde gemaakt. De lancaster was volgetankt, geladen met bommen en de kogels van het boordgeschut waren aanwezig. Bill en zijn mannen konden het toestel voor een laatste maal controleren en helemaal nalopen of alles ook echt helemaal in orde was. Ze wilden zeker weten dat alles op en top in orde was. De missies was al spannend genoeg van zichzelf en technische mankementen konden ze er niet bij gebruiken.

De crew van deze lancaster bestond uit zeven bemanningsleden. Voor zes van hen was dit al de veertiende vlucht dat ze samen vlogen. Alleen de staartschutter, de ervaren Jack Blair, vloog deze avond voor het eerst met hen mee. Hij was een doorgewinterde staartschutter en had al vele onderscheidingen ontvangen voor zijn getoonde moed en vaardigheden. Hij had al 65 missies op zijn naam staan, een ongekend hoog aantal voor een staartschutter. Vanavond zal hij missie nummer 66 aan zijn conto toevoegen.

De overige leden van de crew waren -naast Bill Ward en Jack Blair- Raymond Keating, Evan Roberts, Raymond Watts, Sidney Smith en John McCaffery. Ze hadden allemaal hun eigen taak in het toestel. Bill Ward was piloot en zat links voorin het toestel, hij bestuurde het toestel. Sidney Smith zat rechts voorin en was boordwerktuigkundige, hij hield de motoren de gehele vlucht in de gaten. Raymond Keating was de bommenrichter en lag vooraan in de buik van het toestel. Evan Roberts zat rechts aan de voorzijde en was de navigator, hij zette de vooraf opgegeven route uit en hield in de gaten of de route werd gevolgd. Raymond Watts zat links achter de piloot en bediende de radio. Hij had contact met de basis en met andere toestellen.

Achter deze vijf mannen waren in het grote toestel nog een aantal plaatsen ingericht als schuttersplaatsen. In het midden van het toestel, aan de bovenzijde, zat John McCaffery. Vanaf deze positie kon hij de gehele omgeving om het toestel in de gaten houden. En helemaal achterin het toestel, op de meest eenzame plek die er in een lancaster te bedenken was, zat Jack Blair. Hij was staartschutter en in deze koepel kon hij de gehele achterzijde van het toestel bewaken. Het was niet alleen de meest eenzame plaats in het vliegtuig, maar ook de meest gevaarlijke. De vijand kwam bijna altijd vanaf de onderzijde of de achterzijde en begon vanaf die plaats meteen te schieten. De staartschutter was dan de eerste die de vijand zag aankomen en andersom.

Het was een hele hindernis om vanaf de achterdeur van het toestel naar de cockpit te komen. Ook al was de lancaster een enorm toestel, aan de binnenzijde was het vliegtuig krap bemeten. Na wat geklauter nam Bill Ward plaats op de stoel linksvoor in het toestel. Zijn stoel was als enige voorzien van een stalen plaat achter zijn hoofd. Deze was ervoor bedoeld om tijdens beschietingen zijn hoofd nog enigszins te beschermen. De piloot was de voornaamste persoon aan boord en zonder hem was het toestel onbestuurbaar en dus verloren.
Ook was de piloot de enige die bovenop zijn parachute zat. Niet elke piloot vond dit prettig, volgens sommigen was het net alsof je op een blok beton zat. Omdat de Lancaster aan de binnenzijde erg krap was en er weinig bewegingsruimte was voor de bemanning, hingen de parachutes van de overige bemanningsleden aan de binnenzijde aan de wand naast hun ‘’werkplek’’, zodat ze niet constant met de parachute om hoefden te zitten.

De motoren werden gestart. De vier machtige Rolls-Royce Packard Merlin motoren maakten weer dat mooie vertrouwde geluid en nadat de vier motoren gesynchroniseerd waren, kon het toestel taxiën naar de startbaan van vliegbasis Upwood.
Om 16 minuten voor elf in de avond steeg het toestel op en vlogen ze in Noordoostelijke richting over de Noordzee. Het zware toestel klimt langzaam naar de gewenste hoogte van 19.000 voet, wat neer komt op ongeveer 6 kilometer hoogte. De lancaster deed er ongeveer 40 minuten over om zo hoog te komen. Op deze hoogte kon het gemakkelijk 40 graden vriezen en moest de bemanning zuurstofmaskers dragen.

Ruim een uur later, zodra ze over Vlieland waren gevlogen, boog het toestel verder af naar rechts en werd koers gezet in zuidoostelijke richting, naar het Ruhrgebied. Vanaf dit punt werd het gevaarlijk, omdat hier veel Duitse nachtjagers konden vliegen en er Flak afweergeschut op de grond stond opgesteld. De boordschutters waren vanaf nu volop alert en hielden de omgeving goed in de gaten. Gelukkig was het deze avond kalm en hoefden ze niet in actie te komen.

Zo bereikten ze het Ruhrgebied en om ongeveer tien over één die nacht kwam de stad Duisburg in zicht. Nu was het zaak om rustig te blijven. Bommenrichter Keating bracht de fakkels en de bommen in stelling en vertelde via de radio aan Bill Ward welke koers hij moest aanhouden. Dit moment duurde voor hun gevoel wel uren. Nadat de fakkels en bommen waren gevallen, konden ze met een scherpe bocht naar rechts koers zetten terug naar huis. Maar thuis waren ze nog lang niet. Eerst moest er nog een gevaarlijk stuk over Nederland worden gevlogen. Hier stond ook afweergeschut opgesteld en konden nachtjagers nog steeds toestellen aanvallen. Het gevaar was dus nog lang niet geweken.

Nadat ze koers hadden gezet richting Nederland en weer ruimschoots boven Nederlands grondgebied vlogen, maakten ze zich op voor de verdere terugreis over de Noordzee en over Engeland. Straks als ze boven de Noordzee vlogen konden ze wat zakken in hoogte en konden eindelijk die zuurstofmaskers af. Blij omdat het bombardement goed was gegaan en ze er zonder kleerscheuren vanaf waren gekomen, begonnen ze zich er langzaamaan op te verheugen om straks weer op Engelse bodem te stappen.

Maar, net nadat ze over de stad Gorinchem zijn gevlogen en met het toestel licht naar links zijn afgebogen, gaat het helemaal mis. Een Duitse nachtjager is geruisloos onder hen gevlogen en duikt uit het niets op. Alles gaat nu heel snel. Het toestel wordt beschoten en door de intercom van het toestel klinken de woorden ‘’we zijn geraakt!’’.
Het toestel was voorzien van speciale radarapparatuur, voor die tijd zeer geavanceerd. Om ervoor te zorgen dat deze apparatuur niet in Duitse handen kon vallen, was het toestel voorzien van een springlading, welke de bemanning zelf tot ontploffing kon brengen. Deze springlading wordt vannacht echter geraakt door de kogels van de nachtjager en het toestel explodeert in de lucht boven Molenaarsgraaf en Brandwijk.

Bill Ward wordt uit het toestel geslingerd. Hij heeft als enige van de zeven het geluk dat hij en zijn parachute aan elkaar vastzitten en zodoende kan hij de parachute ook gebruiken om veilig te landen. Hij is zwaargewond door de explosie en de val van grote hoogte. Hij maakte een flinke smak op de grond en landt in rivier de Graaf. Als hij, ondanks zijn verwondingen, zelf aan de wal probeert te klauteren, ziet hij mensen uit een naastgelegen huis naar buiten komen. ‘’Ik ben gewond’’ roept hij meerdere keren. Gelukkig vangen de omstanders hem meteen op, trekken hem aan de wal en brengen hem naar de veldwachter. Daar worden zijn wonden verzorgd en begint hij te beseffen wat er zojuist met hem is gebeurd…..

De documentaire
Wij, Arjan Wemmers en Antoine de Zeeuw, hebben beiden een binding met de dorpen Molenaarsgraaf en Brandwijk en zijn geïnteresseerd in lokale geschiedenis. Daarnaast vinden we het belangrijk dat deze verhalen bewaard blijven voor toekomstige generaties, omdat het van groot belang is dat iedereen weet wat er in het verleden is gebeurd, hier lering uit te trekken en om de waarde van onze vrijheid op de juiste waarde te kunnen schatten.
Naast de realisatie van een oorlogsmonument, wat in mei 2017 in Brandwijk zal worden onthuld, wordt het hierboven beschreven verhaal verfilmd en komen nabestaanden en ooggetuigen aan het woord. Al deze zaken worden samengevoegd tot een documentaire, welke het complete verhaal in beeld zal brengen. Op deze manier hopen we iedereen, die geïnteresseerd is in het verhaal en/of in oorlogsverhalen in algemene zin, te bereiken en zo de geschiedenis te bewaren voor toekomstige generaties. Ook proberen we de jeugd te bereiken door er gewoon een goede film van te maken, die er goed uitziet en die boeiend is.
Veel van het verhaal is bekend, omdat meneer Arie Horden hier in het verleden al het nodige over heeft weten te achterhalen. Ook op internet is tegenwoordig veel te traceren. Daarnaast zijn we via nabestaanden en ooggetuigen veel aanvullende details te weten gekomen. Deze mensen mochten wij voor de videocamera interviewen en deze beelden worden voor de documentaire gebruikt.
We spreken nog met regelmaat met ooggetuigen en staan altijd open voor aanvullende informatie, omdat we streven naar een zo compleet mogelijk verhaal. Daarom, bent of kent u iemand die ons meer kan vertellen over dit specifieke verhaal, wellicht over de stad Duisburg in 1944, de tijdsgeest van deze periode in Nederland of anderszins, komen we graag met u in contact. Dit kan via onze Facebook pagina of ons e-mailadres.
Het is ons streven om de documentaire omstreeks oktober 2017 te presenteren. Meer informatie hierover zullen wij op onze Facebook pagina publiceren.

‘’Vrijheid, koester het, vier het en geef het door!’’

Auteur: Antoine de Zeeuw
E-mail adres : lancasterindepolder@hotmail.com
Facebook pagina: http://www.facebook.nl/Lancasterindepolder

Bronvermelding:
1. Horden, A. Kwartaalblad Historische Vereniging Binnenwaard 1990. Engelse bommenwerpers boven Molenaarsgraaf, 1986.
2. Jubileumboek ter gelegenheid van 50 jaar Oranjevereniging Juliana en 60 jaar Graafstroomse Fanfare, 1987.
3. Getuigenverklaring Brian Watts in een interview, mei 2015.
4. Getuigenverklaring Wim Vermeer in een interview, maart 2016.
5. Video Night Bombers van no.1 group RAF, winter 1943.
6. Database 156e squadron, www.156squadron.com
7. Website van Stichting Oorlogsmonument Molenaarsgraaf-Brandwijk; http://ommb.nl

Also see:
AVRO Lancaster Mk III ND559 (SGLO T3686)

Record aantal warbirds naar 9e editie Oostwold Airshow

Oostwold, 7 februari 2017 – Op 4 en 5 juni, 1e en 2e Pinksterdag 2017, kiezen in Oostwold meer dan tien internationale warbirds het Oost-Groninger luchtruim. Dat is voor de grootste particuliere luchtvaartshow van Nederland een absoluut record.

Breitling Wingwalkers (SGLO -@P. Righart van Gelder)

Breitling Wingwalkers (SGLO – @P. Righart van Gelder)

Zo zullen o.a. een zeer bijzondere Curtiss Hawk 75, twee P-40 Warhawks, verschillende Spitfires, Harvards en Mustangs, waaronder de spectaculaire Noorse P-51 “The Shark”, hun kunsten gaan vertonen. Onder het motto ‘Time Flies’ kunt u met Pinksteren genieten van duizelingwekkende aerobatic stunts en bijzondere vliegtuigen uit binnen en buitenland.

Ook de hedendaagse luchtvaart is goed vertegenwoordigd met indrukwekkende formaties en spectaculaire demo’s van b.v. de Breitling Wingwalkers, de Dutch Thunder Yaks en de Global Stars Champion Aerobatic Team uit Engeland. Naast veel vliegende historie valt er ook op de grond genoeg te genieten in de vorm van oldtimer tractoren, automobielen, militaire voertuigen en een compleet gebouwd en bewoond militair kamp uit de oorlogsjaren.

De Oostwold Airshow biedt, naast het vliegprogramma en de static display, verschillende randactiviteiten zoals een grote Airmarket en het ‘Flying Circus Theater’. Via een splinternieuwe website zijn vanaf woensdag 1 maart a.s. tickets voor de airshow online te koop. Door gebruik te maken van een z.g. ‘Early bird korting’ kunt u tot 1 april fors besparen op de aanschaf van toegangskaarten.

Het programma begint op zondag 4 juni om 11.00 uur en op maandag 5 juni om 10.00 uur.

Website Oostwold Airshow

Bron:
Vliegen in Nederland

Boek: De luchtoorlog boven Zeeland, deel I, Noord-Beveland

In april 2017 wordt een nieuwe uitgave gepubliceerd onder de naam ‘De luchtoorlog boven Zeeland, deel I, Noord-Beveland’. Het boek is samengesteld door Wim de Meester en Kees Stoutjesdijk. Het beschrijft de voorvallen die zich gedurende de Tweede Wereldoorlog boven en nabij het Zeeuwse eiland hebben voor gedaan. Noord-Beveland was tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatief klein, agrarisch Zeeuws eiland. Door het ontbreken van strategisch belangrijke objecten zoals havens of vliegvelden kwam het eiland verhoudingsgewijs zonder al te veel problemen door de Tweede Wereldoorlog. De eilandbevolking werd vanaf medio 1943 evenwel meer met oorlogsgeweld geconfronteerd toen geallieerde jachtvliegtuigen luchtaanvallen uitvoerden op transportmiddelen, zowel militair als civiel. Onvermijdelijk vielen hierbij burgerslachtoffers. Voor Noord-Beveland kwam het gevaar daardoor vooral uit de lucht, waarbij het neerkomen van een V-1 in Kortgene op 30 juni 1944 een triest dieptepunt was. Op 2 november 1944 kwam de bevrijding maar tegelijkertijd werd het eiland frontgebied omdat Schouwen-Duiveland bezet gebied bleef tot de capitulatie van Duitsland, wat tot diverse beschietingen en commandoacties leidde. Positief effect van de bevrijding van een deel van Zeeland was dat er een bredere, veiliger zone voor de geallieerde luchtmacht ontstond. Mede daardoor vond op 7 oktober 1944 de laatste crash op Noord-Beveland plaats.
Wim en Kees hebben op basis van het zeer uitgebreide archief van Wim (mede de basis voor de database van de stichting Wings to Victory) in de periode mei 2015-april 2017 met grote zorg het boek samengesteld. Hierbij is een aan zoektocht uitgevoerd naar families van de betrokken bemanningsleden, met als resultaat dat er aanvullingen konden plaatsvinden aan de hand van gegevens van diverse families. Er zijn een paar bijzondere crashes bij, die de luchtoorlog boven Noord-Beveland – en daarmee ook het boek- een bijzonder cachet geven. Zo was er een splinternieuwe Amerikaanse Marauder bommenwerper die door misrekening vrijwel onbeschadigd op het strand werd neergezet. Of het verhaal van een Amerikaanse Mustang piloot James ‘Jim’ Frolking, die na zijn noodlanding door het verzet wordt opgevangen en vervolgens als doofstomme banketbakker door het leven gaat.

Continue reading Boek: De luchtoorlog boven Zeeland, deel I, Noord-Beveland

‘This is wizard!’ 100-year-old woman who flew spitfires during the Second World War celebrates her centenary by getting behind the controls again

Tearing through the skies above the South Coast, two Spitfires evoke powerful memories of Britain’s wartime resilience.

Mary Ellis as a Air Transport Auxiliary pilot during WW2

Mary Ellis as a Air Transport Auxiliary pilot during WW2

But this stirring image holds a further poignancy – for in the cockpit of the lead aircraft sits Mary Ellis, celebrating her 100th birthday by recreating her time as one of the ‘Ata-girls’, the select gang of female pilots who flew Britain’s fighters during the war.

And over her shoulder is one of the actual Spitfires she flew during her 1,000 flights as a First Officer with the Air Transport Auxiliary

‘Wizard, this is wizard!’ yelled the delighted centenarian through her intercom.

Mary was handed the controls of the 275mph twin-seater as it swooped over West Sussex. After about 15 minutes, she turned for home, and told her co-pilot Matt Jones: ‘Goodwood on the nose, you have control…’. Then she settled back to enjoy the ride back to base.

Mary Ellis (circled) was handed the controls of the 275mph twin-seater as it swooped over West Sussex

Mary Ellis (circled) was handed the controls of the 275mph twin-seater as it swooped over West Sussex

Earlier, Mary watched in delight as Spitfire MV154 took its place beside her in an extraordinary airborne tribute. It was a plane she had delivered to RAF Brize Norton from Southampton on September 15, 1944, and it hides a sentimental secret. For at the end of the 25-minute wartime flight, she signed the cockpit, scrawling her maiden name Wilkins and the initials ATA.

She hoped her tag might be spotted by a handsome pilot and lead to a wartime romance – although the impulsive act, a career one-off, didn’t bag her a boyfriend.

Mary, originally from Oxfordshire, had her first flying lesson in 1938, and flew for pleasure until 1941 when she heard a BBC radio appeal for women pilots to join the auxiliary service and so release male pilots for combat duty.

Speaking at a surprise birthday party on Thursday, Mary said: ‘The war was a challenge and one had to do something about it. I went on and on until I flew everything. I love the Spitfire – it’s my favourite aircraft, it’s everyone’s favourite, it’s the symbol of freedom.’

For four years she ferried warplanes from factories to frontline squadrons. The 166 women of the ATA – about one in eight of the total – have been dubbed ‘The Female Few’, echoing Winston Churchill’s description of the RAF airmen who fought in the Battle of Britain.

Mrs Ellis looked back over her left shoulder and glanced at the aircraft she once flew

Mrs Ellis looked back over her left shoulder and glanced at the aircraft she once flew

Mary was usually found at the joystick of a Spitfire or a Hurricane but ultimately flew more than 50 types of aircraft, logging 1,100 hours of flight, much to the astonishment of some colleagues.

As she sat on the airfield ready to deliver her first Spitfire, the mechanic standing on the wing asked how many of them she’d flown. When she said it was her first, he was so startled he fell right off. The largest aircraft she flew solo was the Wellington bomber. After landing at an East Anglian airfield, Mary was greeted by the ground crew who asked where the pilot was. ‘I’m the pilot,’ she said. They insisted on searching the aircraft before they believed her.

It was dangerous work. Mary was sometimes ordered to move combat-damaged planes that were not officially fit to fly, but had to be taken for repairs. She crash-landed twice and was shot at once.

Mrs Ellis toasted a glass of champagne with co-pilot Matt Jones, managing director of Boultbee Flight Academy

Mrs Ellis toasted a glass of champagne with co-pilot Matt Jones, managing director of Boultbee Flight Academy

Fourteen of her fellow ATA female flyers lost their lives, including aviation pioneer Amy Johnson.

Mary – who to this day needs no spectacles, nor a walking stick – was one of the last six women serving in the ATA when it disbanded after the war. She remained a private pilot and then became managing director of Sandown Airport on the Isle of Wight. She married Don Ellis, a fellow pilot, in 1961, but was widowed in 2009. Matt Jones, who flies Spitfires for Goodwood-based Boultbee Flight Academy, reunited Mary with MV154 after first meeting her in 2015. He conspired with the plane’s current owner, pilot Maxi Gainza, to bring it to the UK from its base in Bremgarten, Germany.

He said: ‘I gave Mary control of our Spitfire. I wasn’t sure where we were but Mary was very clear. She pointed us towards Thorney Island, up through the Witterings, flew on to Selsey Bill and then Bognor Regis, never losing a foot of altitude.

‘She showed me precisely how she was able to deliver all those aircraft with just a map, a compass and a stopwatch. I was utterly humbled by a superior aviator who also happens to be 60 years my senior!’

Source:
Dailymail.co.uk

Vooraankondiging Landelijke Bijeenkomst 25 maart 2017

Op zaterdag 25 maart heeft de Bestuurscommissie Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) haar landelijke bijeenkomst gepland. De uitgelezen mogelijkheid elkaar te ontmoeten, bij te praten, informatie uit te wisselen en lezingen te volgen. Als locatie is gekozen voor “Camp New Amsterdam” (bij Soesterberg), de voormalige thuisbasis van het US 32nd Fighter Squadron, de “Wulfhounds”.

Andreas Wachtel tijdens zijn lezing in november (SGLO -@Wijbe Buising)

Het programma duurt van 10.00u tot 16.00u, inloop vanaf 09.00u

Continue reading Vooraankondiging Landelijke Bijeenkomst 25 maart 2017