Bulletin 322 Abschuss-bord van een Duitse luchtdoelbatterij in Vlaardingen

‘Abschuss’-bord van een Duitse luchtdoelbatterij in Vlaardingen uit de 2e Wereldoorlog
Een uniek stuk uit de collectie van het streekmuseum ‘Jan Anderson’.

Door Kees Wind – Rockanje

In de collectie van het Streekmuseum ‘Jan Anderson’ bevindt zich een uniek stuk uit de 2e Wereldoorlog. Het is afkomstig van een van de vele luchtafweerstellingen, die waren opgesteld in het landelijk gebied aan de noordelijke rand van Vlaardingen.

Inleiding
Vooral langs de Groeneweg, het tracé van de latere RW 20 en de Holiërhoekse polder bij Vlaardingen-Ambacht stonden de batterijen opgesteld. De samenstelling werd meestal gevormd door een stuk luchtafweergeschut, onderkomens van hout voor de bemanningen en dikwijls een zoeklicht. In één van deze stellingen werd, nadat de Duitsers waren verdwenen, door de eigenaar van het land, een houten bord gevonden, waarop zij hadden aangegeven, welke geallieerde vliegtuigen zij meenden te hebben neergeschoten. Via een antiquair kwam het object bij het museum terecht. Het bord is 59 cm breed, 76 cm hoog en 11 mm dik. De tekst is met zwarte verf op het bord aangebracht en vermeldt een volgnummer, de datum, het type vliegtuig en de naam van de plaats, waar het toestel (vermoedelijk) is neergekomen. In totaal zijn 18 claims aangegeven.

Het abschussbord (@SGLO – collectie K. Wind)

Aan de bovenzijde van het bord zijn zwaluwstaartvormige uitsparingen aangebracht (zie afbeelding).
De kop boven de tekst luidt “Beteiligt an den Abschussen”, hetgeen moet worden geïnterpreteerd als “Deelgenomen aan het neerschieten”, deelname aan de overwinning dus in feite. Er schoten namelijk meerdere batterijen op het beschreven vliegtuig, men kon dus moeilijk bewijzen dat het toestel juist door hun batterij was neergeschoten.

Bijzonderheden
Op de bovenste regel is al direct te zien dat deze stuksbemanning van de Luftwaffe op dat moment nog niet in Vlaardingen was aangekomen. Op 12 mei 1940 waren er nog geen Duitsers in Vlaardingen, zij kwamen daar enige dagen ná de capitulatie op 14 mei pas aan. Wel stonden er in de meidagen al Duitse batterijen rond het vliegveld Waalhaven in Rotterdam.

Aangenomen mag worden dat de luchtdoelbatterij-en ná 14 mei zijn aangekomen, wellicht nog later. Het is zeer wel mogelijk dat de vliegtuigen nrs. 1, 2 en 3 bijvoorbeeld op een andere standplaats in Nederland zijn neergehaald. Zeker is dat er reeds kort na de capitulatie al veel batterijen rond Vlaar-dingen stonden opgesteld en actief waren. Verder valt op dat men de namen van de Engelse vliegtuigen niet helemaal juist kon schrijven. Zo wordt de ‘Whitley’ geschreven als ‘Whently’ en de fabrieks-naam Fairey als Fare.

De vraag is hoe de stuksbemanning het neerschieten van de vliegtuigen konden claimen. Er waren  immers meerdere batterijen die op de vliegtuigen schoten, waardoor het bijna niet was te bewijzen wie het toestel daadwerkelijk omlaag had geschoten. Vandaar het opschrift “Beteiligt an…”, hetgeen vrij vertaald moet betekenen  ‘Deelgenomen aan het neerschieten (van)’ , zoals hierboven reeds is opgemerkt. Bovendien zijn een aantal van de genoteerde overwinningen wel heel ver van de standplaats van het geschut neergekomen, hoewel dit in theorie mogelijk is. Het vermoeden bestaat dat de stukscommandant, na een vermoedelijke treffer, het hoofdkwartier van de luchtafweer ging bellen om te vernemen waar het toestel was neergeko-men, zodat de overwinning op het bord kon worden bijgeschreven. Uit het hierna volgende zal blijken, dat in sommige gevallen ook Duitse jachtvliegtuigen hun aandeel in de overwinning hadden.

Tenslotte kan nog worden opgemerkt dat de letters op het bord in de loop der tijd zijn vervaagd en later vermoedelijk opnieuw zijn overgeschilderd. Er zijn namelijk enkele teksten ( zie nr. 4 en 5) die zó zijn vervaagd dat ze niet meer konden worden geïnter-preteerd en dus niet werden opgehaald. Er zouden bij het overschilderen dus ook fouten kunnen zijn gemaakt.
De bemanning moet ná 8 november 1941 zijn ver-trokken met onbekende bestemming, althans het bord is nadien niet meer bijgehouden.

Identificatie van de vliegtuigen
Dankzij het feit dat bij ieder vliegtuig, waarop is geschoten, de datum is vermeld is het mogelijk een aantal toestellen van het bord te identificeren. De gegevens volgen hierna.

Nr.1.    12-05-1940    A.W. ‘Whitley’    Eintfort   B
Voorlopig is het niet mogelijk gebleken de gegevens te verkrijgen, daar niet duidelijk is wat wordt bedoeld met de plaatsnaam Eintfort.

Nr.2.    20-05-1940    A.W. ‘Whitley’    Edem
Ook hier is de plaatsnaam ‘Edem’ niet thuis te brengen.

Nr.3.    20-05-1940    A.W. ‘Whitley’    Helmond
Vrijwel zeker gaat het hier om de Whitley N1417 van 102 Sqdn., rompcode DY-B. Het toestel kwam in de nacht van 19 op 20 mei neer in de driehoek Bakel-Milheeze-Helmond. Van de vijfkoppige bemanning kwam er één om het leven, drie werden gevangen genomen en één wist te ontsnappen.
Bron: Crashboekje ‘Whitley’ van de ‘Studiegroep Luchtoorlog  1939-1945.

Nr.4.    30-06-1940    onbekend    Kethel
Dit toestel moet zijn de Hampden I, P4341 van 61 Sqdn., piloot P/O A.G. Pascoe, die in Schipluiden neerkwam.

Nr.5.    02-07-1940    Fairey Swordfish  Rozenburg
In de nacht van 1 op 2 juli voeren 18 Fairey Swordfishes en 5 Albacores een aanval uit op een groep schepen in de Maas ten oosten van Rotterdam. Deze operatie houdt verband met de Duitse inva-sieplannen. Eén van de Swordfishes, de tweedekker L7646 van 825 Sqdn., wordt getroffen door afweergeschut en stort brandend neer in de polder Zuid-Blankenburg te Rozenburg. Twee van de bemanningsleden, Sub-Lieut. Barry P. Grigson, oud 20 jr. en Sub-Lieut. Frederick L. Lees komen om in het wrak. Het derde bemanningslid weet zich per parachute te redden en ontsnapt, maar wordt twee dagen later gevangen genomen. Dit toestel ressorteert onder het marineschip H.M.S. Kestrel.
Bron: “Rozenburg in oorlogstijd 1939-1945”, door J. Prooi.

Nr.6.    11-07-1940    Avro Anson    Oostvoorne
Op 11 juli 1940, omstreeks 11 uur ’s avonds, stort een Brits vliegtuig van de Royal Air Force (RAF) neer nabij de Oosterlandschedijk te Oostvoorne (thans gem. Brielle). Het is een Avro Anson van 500   Sqdn. (Coastal Command), die langs de kust van Nederland een patrouillevlucht uitvoert. Eén van de bemanningsleden, Sgt. Henry W.J. Smith, nr. 812199, weet zich te redden en wordt als krijgsgevangene naar Amsterdam overgebracht. Bij het wrak worden de lichamen van de overige drie be-manningsleden aangetroffen. Het zijn Fl/Off. Arthur W.A. Whitehead, piloot, oud 23 jr., P/O Anthony R. Mathias, piloot en A.C.1 William C. Hubbard, W.Op., oud 21 jr. Zij worden begraven op de be-graafplaats Crooswijk te Rotterdam.
Bron: Documentatiearchief ’40-’45 gemeente West-voorne.

Nr.7.    20-07-1940    Bristol Blenheim Hellevoetsluis
Van de basis Wattisham start op die datum een aantal Blenheims van de RAF voor een operatie boven Vlissingen. Eén van deze toestellen, de Blenheim IV, R3738 van 110 Sqdn., rompcode VE-?, wordt om 13.45 uur neergeschoten door twee Duitse jachtvliegtuigen en stort in het Haringvliet ter plaatse van de huidige spuisluizen in de dam. De waarnemer, Sgt. E. C. Parker weet zich te redden en wordt krijgsgevangen gemaakt. De overige bemanningsleden, piloot S/L John F. Stephens en telegrafist/schutter Sgt. James V. West DFM, oud 22 jr., zijn nooit teruggevonden. Tijdens de bouw van de Haringvlietsluizen werden in de bouwput wrakstukken van het toestel teruggevonden. Bijzonder was de vondst van een portefeuille met een knipsel uit een Engelse krant, waarin Duitse plannen worden beschreven om de Nederlandse Koninklijke familie te ontvoeren door parachutisten en naar Duitsland te doen overbrengen. Deze plannen werden overigens verijdeld, doordat het Junkers 52 transportvliegtuig bij Den Haag werd neergeschoten.
Bron: “Blenheim Strike”door Th. Boiten en Documentatiearchief ’40-’45 gem. Westvoorne.

Nr.8.    20-07-1940    Onbekend    Oostvoorne
Op die datum is geen vliegtuig in Oostvoorne neergekomen. Vermoedelijk heeft  een andere bron het toestel van nr. 7 vermeld als neergestort in Oostvoorne i.p.v. Hellevoetsluis, gelet op het feit dat het hier dezelfde datum betreft en beide plaatsen dicht bij elkaar liggen.

Nr.9.    26-07-1940    A. W. Whitley    Hekelingen
Op 26 juli 1940 starten 9 bommenwerpers van het type Whitley Mk V van 102 Sqdn. van het Engelse vliegveld Driffield in Yorkshire voor een bombardementsvlucht naar Mannheim. Vanwege de mist keren zij mét hun bommen terug naar Engeland, maar boven  Nederland wordt de Whitley  N1377, rompcode DY-B te 1.30 uur ’s nachts gedwongen een noodlanding te maken wegens benzinegebrek in de polder “De Nieuwe Uitslag van Putten”,vlakbij Papendijk. Er wordt ook op geschoten door de luchtafweer, reden waarom ook dit toestel door de stuksbemanning op het bord wordt genoteerd.

Whitley N1377 (@SGLO – collectie K. Wind)

De bemanning is ongedeerd, het zijn de piloot F/Lt. R.F. Beauclair, de 2e piloot F/Lt. J.C.W. Bushell, de waarnemer Sgt. E.A. Galloway, de luchtschutter Sgt. C. Wood en de telegrafist Sgt. K.J. Read. Zij worden allen door de Duitsers gevangen genomen.
Voor meer informatie verwijs ik naar het “Rapport inzake ‘RAF-bemanningslid op foto’ in het Streek-museum ‘Jan Anderson’ te Vlaardingen”.

Whitley N1377 (@SGLO – collectie K. Wind)

Bronnen: ‘Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945’ en ‘Spijkenisse in oorlogstijd’ door J. de Baan.

Nr.10.    20-08-1940    Vickers Wellington Oostvoorne
Er zijn geen gegevens betreffende het neerkomen van een Wellington in Oostvoorne. Mogelijk is er een dergelijk toestel vóór de kust van Oostvoorne in zee gestort, doch ook hiervan is tot nu toe niets bekend.

Nr.11.    31-08-1940      Bristol Blenheim    Heenvliet
Op deze datum zullen vijf Blenheims IV van 53 Sqdn. een aanval doen op de brandstofvoorraden van de raffinaderijen bij Pernis, langs de Nieuwe Waterweg. Voor deze belangrijke taak heeft men ervaren en koelbloedige vliegers nodig, vandaar dat de leiding in handen wordt gegeven van Wing Commander Edward C. Th. Edwards, bijgenaamd de ‘Sphinx’, vanwege zijn ondoorgrondelijk karakter. Hij geldt als een uitermate bekwaam vlieger. In 1931 heeft hij de Air Race voor de King’s Cup ge-wonnen. Tegen het vallen van de avond stijgen de toestellen op van de basis Detling. Het vliegtuig van Wing Commander Edwards, de Blenheim IV, T1940, rompcode PZ-D heeft verder aan boord Sgt. J. Beesley, radiotelegrafist/boordschutter, oud 19 jr. en Sgt. L. Benjamin, navigator, oud 22 jr. Als het vliegtuig van Edwards op de tanks neer duikt wordt het enige malen getroffen door de Flak en stort het toestel brandend neer vlakbij de Welplaat, waarbij de gehele bemanning om het leven komt. De drie lichamen worden later begraven op Crooswijk.
Bronnen: “En toen was het stil”, door Hans Onder-water en “Blenheim Strike”, door Theo Boiten.

Nr.12    31-08-1940  Fairey Swordfish  Rozenburg
Later op de avond van dezelfde dag, dat de Blenheims de olieraffinaderijen hebben aangevallen, verschijnt een Fairey Swordfish van 812 Sqdn. van de Royal Navy (H.M.S. Peregrine). Het toestel wordt door afweergeschut getroffen en vliegt in brand. Het stort neer in de polder Oud Rozenburg. Twee bemanningsleden weten zich per parachute te redden. Het derde lid, de Luitenant George Vil-liers-Tuthill, oud 26 jr., komt om het leven en wordt met militaire eer begraven op de Alg. Begraafplaats te Rozenburg.

Het wrak van Swordfish I, L9716, nabij Rozenburg (@SGLO – collectie G. Zwanenburg)

Bron: “Rozenburg in oorlogstijd 1939-1945”, door John Prooi.

Nr.13.    12-08-1941  Vickers Wellington Hellevoetsluis
Op deze datum is in Hellevoetsluis geen vliegtuig neergekomen. Merkwaardig is echter dat op 12-06-1941 wél een Wellington in Hellevoetsluis is gecrasht. Het is zeer waarschijnlijk dat men zich bij het schrijven heeft vergist of, wat meer aannemelijk is, men bij het overschilderen van het bord de zes voor een acht heeft aangezien. We moeten hier dus te maken hebben met hetzelfde vliegtuig. Op 12 juni 1941 stijgt de Wellington Ic R1323 van 40 Sqdn. te middernacht op van zijn basis Alconbu-ry met als doel een aanval op Düsseldorf. Terug-vliegend uit de richting van Rotterdam wordt het vliegtuig, dat goed zichtbaar is door het heldere maanlicht, boven de kust van Voorne getroffen door het vuur van Marine Flak. Met behulp van lichtfakkels weet de piloot een noodlanding te maken op een voor de haven van Hellevoetsluis liggende zandbank in het Haringvliet. De zeskoppige bemanning brengt zich met behulp van een rubberboot in veiligheid, waar zij gevangen worden genomen. De bemanning bestaat uit: S/L L.M.E. Red-grave, pilot, Sgt. A.F. Potter, flight-engineer, Sgt. P. Rockingham, bomb-aimer, Sgt. R. Alldrick, wireless op./airgunner, Sgt. J.A.S. Abernethy, rear gunner en Sgt. C. Rofe, navigator, Sgt. Rofe wist later uit gevangenschap te ontsnappen.
Bron: Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945.

Nr.14.    12-08-1941  Bristol Blenheim    Delft
Volgens de beschikbare gegevens is op die datum géén Blenheim in de omgeving van Delft neergekomen.

Nr. 15.    17-08-1941    A.W. ‘Whitley’    Zaltbommel
In de omgeving van Driel/Velddriel stort te 03.15 uur een Whitley neer. Het is nr. Z6823 van 78 Sqdn., rompcode EY-B. Drie bemanningsleden worden gevangen genomen, de overige twee leden komen om.
Bron: Crashboekje ‘Whitley’ van de ‘Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945’.

Nr. 16.    28-08-1941  Bristol Blenheim    De Beer
De 28e augustus zal een zwarte dag worden voor No. 2 Group van de RAF. Het plan is met vier squadrons Blenheims een  aanval te doen op schepen en installaties in de Rotterdamse havens. Om de bommenwerpers te beschermen zullen zij worden begeleid door twee squadrons Spitfires. Tijdens de start gaat er al direct iets fout, de leider van de operatie stort bij het opstijgen neer en twee andere toestellen keren terug met motorstoring. De operatie wordt afgelast en de overige toestellen moeten naar hun bases terugkeren. Om ca. 17.30 uur wordt de operatie opnieuw ge-start, nu met 17 Blenheims en 24 Spitfires. Om 19.00 uur passeren de toestellen de Hollandse duinenkust ter hoogte van Oostvoorne. Vliegend op een hoogte van 20 voet (ca. 6 meter) vallen zij het havengebied aan (een z.g. ‘low level attack’). Eén Blenheim, de nr. V5825, rompcode YH-R van 21 Sqdn. wordt door een Messerschmitt Bf 109F van 6./JG 53 (basis Katwijk), piloot Lt. Hans Müller, beschoten en stort uiteindelijk in de Noordzee. De piloot, P/O W.L. MacDonald en de radiotelegra-fist/schutter P/O W. Beckingham weten zich te redden en worden gevangen genomen. De waarnemer Sgt. R.J. Somerfield is nooit teruggevonden.
Bronnen: ”En toen was het stil…”  van Hans On-derwater en  “Blenheim Strike” van Theo Boiten.

Nr. 17.    28-08-1941    Bristol Blenheim eiland Rozenburg
Een ander toestel, dat eveneens aan de bovenomschreven aanval deelneemt, de Blenheim, Z7435, rompcode YH-S, ook van 21 Sqdn., wordt door dezelfde Messerschmitt van Lt. Hans Müller neergeschoten en stort neer bij Rozenburg. De gehele bemanning, de piloot Sgt. Kenneth Hayes, oud 20 jr., waarnemer Sgt. Allan A.C. Shaddick, oud 21 jr. en de radiotelegrafist/schutter Sgt. Raymond F. Brian, oud 20 jr. komt om. Ze worden begraven in Hoek van Holland. Van de 17 Blenheims, die aan de aanval hebben deelgenomen keren er slechts 10 terug, de Spitfires verliezen 2 toestellen. Churchill bedankt de bemanningen voor de door hen getoonde toewijding en moed. In zijn antwoord op het rapport van de aanval laat hij echter weten dat, naar zijn mening, deze grote verliezen niet in verhouding staan tot het behaalde resultaat, waar het hier ging om het uitschakelen van enkele koopvaardijschepen, die zich niet met vitaal bevoorradingswerk bezighouden en niet met het vernietigen van bijvoorbeeld de Scharnhorst, Gneisenau of Tirpitz. In feite waren de langzame Blenheim volkomen ongeschikt om, zeker bij daglicht, aanvallen uit te voeren.
Bronnen: ‘En toen was het stil…’  van Hans Onder-water en ‘Blenheim Strike’ van Theo Boiten.

Nr. 18.    08-11-1941    Short Stirling    Spijkenisse
In de nacht van 7 op 8 november 1941 worden  400 bommenwerpers van de RAF ingezet voor een aanval op Berlijn. Eén van de toestellen is de Stirling N6091 van 7 Sqdn. van Bomber Command, basis Oakington. Boven Nederland wordt het vliegtuig te ca. 00.50 uur getroffen door een Duitse ‘Flakgruppe’ en vliegt in brand. Het toestel valt in twee delen uiteen, één van de brandende stukken komt terecht op een boerderij in de polder Welplaat, die volledig wordt verwoest. Het deel, waarin de bemanningsleden zich bevinden, komt neer in de polder Brabant bij Hekelingen. De zes in het wrak aanwezige bemanningsleden worden dood aangetroffen. Het zijn Sgt. M.S. Jacobs, 2e piloot, Sgt. B. Wallwork, navigator, Sgt. E. Johnstone, radiotele-grafist, Sgt. E. Brooks, neusschutter, Sgt. C.H. Chesman, staartschutter en Sgt. C. Walton, meca-nicien. De piloot, Sgt J.W. Morris is nooit teruggevonden en staat dus vermeld bij de RAF als MIA (Missing In Action). Eén van de driebladige propellers is later terugge-vonden en verwerkt in een herdenkingsmonument, dat officieel is onthuld op 4 mei 1990. Het monument staat aan de Hekelingseweg  te Spijkenisse. Van de 400 opgestegen bommenwerpers keren er 37 niet terug. De meeste storten in de Noordzee
vanwege brandstofgebrek.
Bron: ‘Zijn tweede vlucht’ door C.P. van Bokkem.

3 comments to Bulletin 322 Abschuss-bord van een Duitse luchtdoelbatterij in Vlaardingen

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>