Bulletin 296 Het einde van een Dambuster (deel 4)

Het einde van een Dambuster (slot)
Door: Piet Meijer – Assen

Coningsby
Maar drie van de acht toestellen keerden op Coningsby terug. Ann Fowler – toen de verloofde van David Shannon – werkte als WAAF Intelligence Officer op Scampton – waar ze David leerde kennen. Ze vertelde dat ze niets van de raid afwist tot ongeveer 09.00 uur de volgende ochtend, toen ze de Intelligence Room binnenkwam om te luisteren naar Sir Ralph Cochrane, Air Officer Commanding 5 Group. Toen de anderen haar zagen, riepen ze “David is allright Ann!, David is allright”. Voorafgaand aan zijn voordracht over het nieuwe “Flightplanning” systeem, was Cochrane erg geëmotioneerd toen hij vertelde over het onheil van die nacht en het verlies van zoveel dappere bemanningsleden, de besten waarover hij beschikte. Een week later was de trouwdag van David en Ann. Van de genodigden ontbraken een aantal goede vrienden, waaronder ook David Maltby, die “best man” zou zijn.

Vluchters
Van de zeven mannen die uit het toestel waren gesprongen, bereikten maar liefst vijf het Verenigd Koninkrijk. Omdat het toestel erg laag vloog, kon aan de hand van de plaatsen waar parachutes werden gevonden het traject van de Lancaster worden afgeleid. Grayston en O’Brien troffen het niet en werden vrij snel gevangen genomen. Hoogstwaarschijnlijk gebeurde dat door bewakers van het beruchte gevangenkamp “Erika” op het landgoed van Eerde. Johnny Johnson is via Zwolle, Wilp en Arnhem zonder enige hulp naar Elst gelopen. Daar is hij zes weken te gast geweest bij een tuindersfamilie. Via de escape-line is hij verder gekomen. Vast staat dat hij door de groep Hamont (B) is gescreend. Bob Kellow landde in het weiland direct achter het kasteel, verborg de parachute-spullen en verwijderde daar zijn distinctieven. Titus Leeser vertelde me in 1985 waar ze zijn spullen hadden gevonden. Een paar honderd meter westelijk landde Sydney Hobday, maar niet op de grond. In een van de hoge bomen bungelde hij op zo’n 15 meter hoogte. Hij hoorde knallen en veronderstelde schietende Duitsers, op jacht naar hem en zijn maten. Even later realiseerde hij zich dat het de ontploffende munitie in het toestel moest zijn en begon zich af te vragen wat er met Les was gebeurd. Kellow liep dus oostelijk van Hobday in zuidelijke richting door het bos. Ze zorgden er voor geen geluid te maken en ontdekten dus elkaars nabijheid niet. Eenmaal bij het riviertje de Regge was Bob westelijk van Sydney en hadden ze elkaar dus bijna tegen het lijf gelopen. Bob stak bij de Nieuwebrug de Regge over terwijl Sydney dat via de Marleseweg deed. Van beiden zijn hun – soms spectaculaire – belevenissen tot in Spanje vrij gedetailleerd bekend. Hier wordt volstaan met een samenvatting. Kellow kwam lopend in de omgeving van Raalte terecht. Bij een klein boerderijtje kreeg hij te eten en hij was onder de indruk van de gulheid van de boer en zijn vrouw, die zelf maar heel karig leefden. Met een onderduiker sliep hij in de stal en leerde van hem uitdrukkingen als “enkele reis Tilburg”. De man heeft hem op weg geholpen richting Zutphen,waar hij in zijn luchtmacht grijs door de stad heeft gewandeld. Onderweg kwam hij nog een groep marcherende Duitse soldaten tegen. De trein waar hij instapte was boordevol en hij moest staan in een portaal. Het gevaar was niet denkbeeldig dat hij zou worden aangesproken. Toen de trein reed voelde hij iets onder zijn arm, het bleek een opgevouwen krant te zijn. De man achter hem had de situatie begrepen en Bob kon zich nu achter de krant verschuilen. De treinreis verliep niet helemaal volgens plan, uiteindelijk kwam hij ’s avonds rond 22.00 uur in Eindhoven aan. De openbare weg mijdend, liep hij door een bosrijk gebied, toen hij werd aangesproken door twee mannen in uniform met een gele band om de arm. Het bleken douaniers te zijn, die hem verder wilden helpen en de erg hongerige Bob wat brood gaven. Ze vertelden dat de andere kant van het open veld Belgisch grondgebied was. Bij de Abdij van Postel moest hij vragen naar Frater Hubertus. Doordat in de vroege ochtend daar de klokken werden geluid, was duidelijk welke richting hij op moest. Bob werd daar liefderijk verzorgd en kwam na enkele dagen in contact met de z.g. “Escape Service” ,een onderdeel van de Belgische Nationale Beweging. Bij de ondervraging werd vooral nagegaan of hij bekend was met de terminologie binnen de RAF, zoals: “Wat is een Wimpy”. In 1990 vertelde de heer Richelle (frater Hubertus) dat ze in de Abdij de mogelijkheid hadden mensen zoals Bob te voorzien van een z.g. geel identiteitsbewijs met een daar gemaakte pasfoto, voorzien van een officieel stempel van de gemeente Mol. Na een doortocht door België zorgden medebroeders van de Abdij Leffe bij Dinant dan voor verdere hulp bij de grensovergang naar Frankrijk.

Na zijn huwelijk met de Canadese Pam, woonde Bob in Canada. In 1987 – na de onthulling van het monument van het 617e in Woodhall Spa – kwam Bob mee naar Den Ham. Het boerderijtje bij Raalte bleek te zijn afgebrand. Wel kwam Bob er later achter dat de onderduiker in dat boerderijtje Henk op den Dries was, die intussen ook al jaren in Canada woonde. Bob reisde naar Alberta om te ontdekken dat Henk in dezelfde flat woonde als Fred Sutherland. Die twee waren buren! Zijn verdere reis door België was gevaarlijk en is gedetailleerd beschreven in het boekje “Ontsnappingslijn” van Luc Dumal. “Paths to Freedom”, is het boek dat Bob zelf schreef over zijn belevenissen. Helaas heeft hij de verschijning ervan in 1988 niet meer meegemaakt. Zowel Sydney Hobday als Fred Sutherland zijn in de richting van Hellendoorn gaan lopen. Fred werd in Hulzen geholpen en is daar in contact gekomen met de ondergrondse. Hij reisde een paar dagen later per trein via Amersfoort naar Baarn. Daar werd hij opgevangen door “Wim de Snor” en in een nabij gelegen park eerst scherp ondervraagd. Achterop een fiets werd hij naar “Het Duikje” – een schuilhut diep in de bossen bij de Lage Vuursche – gebracht. Tot zijn verbazing trof hij daar behalve een aantal Nederlandse onderduikers ook Sydney Hobday aan. Het heeft enige weken geduurd voordat ze uit de schuilhut konden vertrekken en ze werden ongeduldig, Overwogen zelfs om maar op eigen gelegenheid verder te gaan. Onder begeleiding van een verpleegster gingen ze uiteindelijk per trein naar Scheveningen.

De crew van Les Knight tijdens een reünie in 1968. V.l.n.r.: Fred Sutherland, Johnny Johnson, Harry O’Brien, Bob Kellow, Ray Grayston en Sydney Hobday. Op de voorgrond de originele maquette van de Möhnedam

De gebroeders Lindemans
In het huis van een opperwachtmeester van de Marechaussee werden ze diezelfde avond opgehaald door twee mannen uit Rotterdam. De een was correct gekleed, de ander zwaar gebouwd en wat sjofel in de kleren. Het waren de gebroeders Henk en Chris Lindemans. Onder hun hoede reisden Sydney en Fred naar Rotterdam en hadden daar gedurende een weekend een goed onderkomen. Vader Lindemans had een goed lopend garagebedrijf en de familie woonde in een ruim pand aan de Noordsingel. In 1989 vertelde Henk dat ze een soort eigen “Escape Line” runden, samen met vrienden in Frankrijk. Henk maakte de valse papieren en regelde documenten, waaruit bleek dat de bezitter ervan werkte voor de organisatie Todt. In dit geval voor de havenwerken in Cherbourg. Voor identiteitspapieren was er volop medewerking van het hoofd Bevolking van de gemeente. Totdat een en ander was geregeld, hebben de gebroeders de tijd goed besteed en met hen langs de havens gewandeld, zodat ze terug in Engeland die informatie konden doorgeven. Na dat weekend vertrokken Sydney en Fred in gezelschap van Chris die toen al bekend stond als King Kong. Het was een spannende tocht – met name bij de grensovergangen – maar Chris loodste hen daar behoedzaam doorheen. In Parijs namen ze afscheid van Chris. Ook over hun reis vanaf Parijs is een gedetailleerd verslag beschikbaar. Na de oorlog is Chris gevangen genomen op verdenking van verraad. Hij zou als dubbelspion Arnhem hebben verraden. Vanuit de Scheveningse gevangenis zond hij op 25 april 1946 een noodkreet aan Fred Sutherland met het verzoek hem te helpen. Fred heeft daarop onmiddellijk een “Statutory Declaration” (Notariële Acte) laten opmaken, waarin hij o.m. verklaarde dat Chris met gevaar voor eigen leven hen op 16 oktober 1943 heeft begeleid. Dat hij bovendien met zijn wijze van handelen de Gestapo wist te misleiden. Ook Sydney heeft op dezelfde oproep gereageerd. Chris maakte deel uit van de Staf van Prins Bernard en was ook bij enkele Ondergrondse acties betrokken. Nadat Fred de verklaring had verstuurd, hoorde hij via de pers enkele dagen later al dat Chris zich van het leven zou hebben beroofd. Er is steeds veel geheimzinnigheid over zijn dood geweest. Fred en Sydney hebben zich dat erg aangetrokken en konden niet geloven dat Chris daar een kwade rol in had gespeeld. Zijn broer Henk was er van overtuigd dat in de Amerikaanse archieven documenten waren, waaruit de werkelijke toedracht zou kunnen worden afgeleid.

Na terugkeer in Engeland werd Sydney navigator op een Dakota bij 24 Squadron van Transport Command. Samen met piloot S/L Stinks vervoerde hij hoge functionarissen. Op 23 maart 1945 vlogen ze vanaf Northolt naar Venlo. Ze vervoerden twee passagiers, te weten de Rt. Hon. Winston Churchill en Field Marshall Sir Alan Brooke, Chief of the Imperial General Staff. Midden in het toestel was een grote fauteuil vastgesjord. Ze hadden een tussenstop in Brussel en op 26 maart werden ze boven de Noordzee verwelkomd door een jager escorte. Nadat de jagers waren verdwenen, vlogen ze op initiatief van Sydney laag over de Houses of Parliament en landden op Northolt.

Meldingen
Nadat de familie Knight binnen enkele dagen bericht ontving dat Les vermist was, duurde het nog drie maanden voordat de officiële melding dat hij was omgekomen werd bezorgd. Mevrouw Knight stuurde een briefje met troostende woorden aan de familie Kellow, in de veronderstelling dat ook hun zoon was omgekomen. Intussen hadden die een telegram ontvangen waarin de behouden aankomst van Bob in Engeland werd gemeld. Het heeft even geduurd voordat zij de moed hadden om dit aan de ouders van Les Knight te vertellen. Van de vier families in Engeland, waar Les geregeld kwam, kreeg alleen de familie Newton in Ambleside bericht. Hun adres was kennelijk toegevoegd aan de “next of kin” lijst. Op de andere adressen verkeerde men lang in onzekerheid. Ook Ethel Hobday heeft lang in spanning gezeten.

Het monument van 617 Squadron in Woodhall Spa, na de onthulling in 1987

Wat bleef…
In Woodhall Spa werd in 1987 het monument onthuld ter nagedachtenis aan de gevallenen van 617 Squadron. Van de “Dambusters” was er toen niet een bemanning zo compleet als de “Knight” crew. Alleen Harry O’Brien en Les Woollard waren toen al overleden. Momenteel zijn alleen Ray Grayston en Fred Sutherland nog in leven. Baron van Pallandt van het nabij gelegen kasteel Eerde was – samen met zijn vriend Titus Leeser – bij de eersten die op 16 september 1943 bij het brandende wrak aankwamen. Titus Leeser was een bekend beeldhouwer en had een woning met atelier nabij het kasteel. Door zijn activiteiten in het verzet werd hij gezocht en verborg zich daarom ‘s-nachts in een schuilhut. Hij vertelde dat ze samen de volgende dag het bos systematisch hadden doorzocht, omdat er mogelijk gewonde parachutisten konden zijn. Er werd niets ontdekt, maar later vond de boswachter het riemenstel met parachute van Bob Kellow. De zijde werd ondermeer gebruikt voor een bruidsjurk en het riemenstel kreeg Bob na de oorlog weer terug. Titus Leeser was erg onder de indruk van hetgeen hij bij de Janmansweg had gezien en het inspireerde hem tot het maken van een ontwerp, getiteld “De vallende Piloot”. Het was een uitbeelding van een vallende mannenfiguur in combinatie met een Icarus vleugel. Direct na de oorlog is overwogen het ontwerp als oorlogsmonument in Den Ham uit te voeren. Onder de verzetsmensen ontstond een discussie over het al dan niet noemen van namen. Helaas is het toen bij een poging gebleven. Na de oorlog zijn er enkele bronsjes van gegoten, die helaas niet meer konden worden opgespoord. Leeser was een bekend beeldhouwer en maakte de oorlogsmonumenten in Markelo, Elburg, Meppel, Zwolle, Vlissingen en Rotterdam. In 1979 zond de NCRV een serie TV documentaires uit over het “Englandspiel”. Daarna ontstond een spontane inzamelingsactie om een monument te kunnen oprichten ter nagedachtenis van de 54 omgekomen agenten. De Commissie van Aanbeveling koos het ontwerp dat Leeser maakte naar aanleiding van de dood van Les Knight in Den Ham. In de Scheveningse Bosjes in Den Haag werd dat monument op 3 mei 1980 door Prinses Juliana onthuld. Langs de Janmansweg ligt de steen, die passanten herinnert aan hetgeen daar heeft plaats gevonden. Op de Oude Begraafplaats van Den Ham is het graf van Les Knight met op de steen de tekst “LET US BE WORTHY” David en Ann Shannon bezochten in 1985 het graf van Les Knight. David was van mening dat iemand, die op deze wijze zich had opgeofferd, in aanmerking had moeten komen voor een postuum Victoria Cross.

Detail van het monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van het “Englandspiel” in Den Haag

Bronnen
contacten met: John Knight, Sydney Hobday, Johnny Johnson, Bob Kellow, Fred Sutherland, Harry O’Brien, Diana Streeter-Woollard, Vera Newton, Edgar en Kathleen Evans, David Shannon, Titus Leeser, Herman Bijlard.

Literatuur
Logbook Les Knight (copie)
Logbook Guy Gibson (facsimile)
Paths to Freedom – Bob Kellow
Dambusters – Chris Ward
Luchtoorlog rondom Den Ham – Piet Meijer

Bulletin 293 Het einde van een Dambuster deel 1
Bulletin 294 Het einde van een Dambuster deel 2
Bulletin 295 Het einde van een Dambuster deel 3

1 comment to Bulletin 296 Het einde van een Dambuster (deel 4)

  • Kees Bestebreurtje

    In de paragraaf over de gebroeders Lindemans staat: “Na dat weekend vertrokken Sydney en Fred in gezelschap van Chris die toen al bekend stond als King Kong. Het was een spannende tocht – met name bij de grensovergangen – maar Chris loodste hen daar behoedzaam doorheen. In Parijs namen ze afscheid van Chris. Ook over hun reis vanaf Parijs is een gedetailleerd verslag beschikbaar.”
    Is het verslag waarover in de laatste zin geschreven wordt beschikbaar?

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>